Afgelopen maandag kwam er een man bij mij thuis om de trappen reinigen. Niets bijzonders zou je zeggen. De afgelopen maanden zijn hier vanwege een enorme lekkage zoveel werkmannen over de vloer geweest dat ik inmiddels aardig gewend ben aan mensen die mijn huis binnenkomen, koffie drinken, gaten maken, dingen herstellen en weer vertrekken.
Ik maak makkelijk contact. Vraag hoe iemand zijn koffie drinkt, maak een praatje, toon belangstelling. Niet omdat het moet, maar omdat dat bij mij past. Toch realiseerde ik me achteraf dat ook daarin iets van mij aan het werk is. Ik maak contact, stem af en zorg er mede voor dat de ontmoeting prettig verloopt.
Maandag hoefde dat niet.
Hij kwam binnen op hetzelfde moment dat twee andere mannen naar zolder gingen om daar aan het werk te gaan. Dat bleek niet zo handig, want beide werkzaamheden konden eigenlijk niet tegelijkertijd plaatsvinden. Hij maakte er geen enkel punt van, vroeg rustig of vrijdag voor mij ook zou passen en zei dat hij dan gewoon terugkwam.
En dat was het.
Of eigenlijk ook niet, want nadat hij weg was bleef er iets van die ontmoeting bij me. Ik kon er niet precies mijn vinger op leggen. Er was rust geweest, iets vertrouwds misschien. Ik had hem heel open benaderd zonder dat ik daar bewust voor had gekozen. Er was geen bijzonder gesprek geweest en ik wist vrijwel niets van deze man. Toch had ik blijkbaar iets ervaren voordat ik kon bedenken wát ik had ervaren.
Dat fascineert me.
We zijn gewend om te denken dat weten voortkomt uit begrijpen. We kijken, luisteren, verzamelen informatie, leggen verbanden en geven betekenis aan wat we zien. Maar misschien is er een laag die daaraan voorafgaat. Een laag waarin we voortdurend waarnemen zonder dat we ons daar bewust van zijn. Ons lijf registreert een blik, een beweging, het tempo van iemand, de manier waarop iemand ruimte inneemt of juist laat. We merken dat we ontspannen, op onze hoede raken, harder gaan werken of juist niets hoeven.
Pas daarna komen de woorden.
Misschien is dat wat ik bedoel met dieper weten. Niet een soort magische intuïtie die ons vertelt hoe de werkelijkheid in elkaar zit, want wat ik bij een ander voel, kan net zo goed iets over mijzelf vertellen. Over mijn geschiedenis, mijn verwachtingen of patronen die ik al veel langer met me meedraag. Het interessante zit voor mij daarom niet in de vraag of mijn gevoel ‘klopt’. Veel interessanter is de vraag: wat neem ik hier waar voordat ik het begrijp?
Die vraag raakt ook aan hoe ik naar gedrag kijk. We zijn geneigd om vooral te kijken naar wat de ander laat zien. Wat doet iemand, waarom doet iemand dat en wat zegt dat over hem of haar? Maar misschien missen we iets wanneer we onszelf buiten die waarneming houden. Want wat gebeurt er eigenlijk met míj in aanwezigheid van de ander? Word ik rustig of onrustig? Ga ik harder werken? Wil ik zorgen, oplossen, afstand nemen of juist dichterbij komen?
Niet als conclusie over die ander, maar als informatie over wat er tussen ons gebeurt.
Misschien begint werkelijk waarnemen wel precies daar: niet bij het onmiddellijk begrijpen en verklaren, maar bij het opmerken van wat er al was voordat de woorden kwamen.
Vandaag is het vrijdag en komt hij terug om mijn trappen te doen. Ik merk dat ik daar met een glimlach naar uitkijk. Niet omdat ik inmiddels begrijp wat er maandag gebeurde. Eigenlijk vind ik het juist mooi dat ik dat niet weet.
Soms hoeven we iets misschien niet meteen te begrijpen om te kunnen voelen dat er iets is.

