Wat als we gedrag meer gaan zien als ingang, niet als conclusie? Wat als het gedrag waar we ons zorgen over maken niet het probleem is, maar een poging om zichtbaar te maken wat nog niet gezien wordt?
Tijdens het lezen van Theo in Golden van Allen Levi moest ik daar steeds aan denken. Niet zozeer door wat Theo doet, maar door de manier waarop hij aanwezig is. Hij lijkt geen haast te hebben om mensen te begrijpen. Hij observeert, luistert, stelt vragen en laat ruimte. Ruimte waarin een verhaal zich langzaam mag ontvouwen. Dat is opmerkelijk, omdat wij in onderwijs en jeugdzorg vaak precies het tegenovergestelde doen. We worden dagelijks geconfronteerd met situaties die om actie vragen. We willen begrijpen wat er speelt, zoeken naar verklaringen en proberen zo snel mogelijk een passende aanpak te vinden. Dat is logisch. Tegelijkertijd vraag ik me af of onze behoefte aan verklaringen ons soms verhindert om werkelijk te zien wat zich aandient.
Bijzondere eigenschap
Gedrag heeft immers een bijzondere eigenschap. Het trekt onmiddellijk onze aandacht. Een leerling die zich terugtrekt, een jongere die voortdurend grenzen opzoekt, een ouder die het gesprek steeds op scherp zet of een team dat vastloopt in dezelfde discussies; het zijn allemaal signalen die om een reactie vragen. Vaak richten we onze blik vervolgens op degene die het gedrag laat zien. Wat is er met deze persoon aan de hand? Waar komt dit vandaan? Wat moeten we doen om dit te veranderen?
Dat zijn begrijpelijke vragen, maar ze zijn niet altijd de meest interessante.
In mijn onderzoek naar ‘Gedrag als taal van het systeem’ kom ik steeds vaker situaties tegen waarin gedrag veel meer vertelt over de omgeving dan over de persoon zelf. Niet omdat individuen geen verantwoordelijkheid dragen voor hun handelen, maar omdat mensen nooit losstaan van de systemen waarin zij leven en werken. Iedereen beweegt zich binnen relaties, verwachtingen, geschiedenis en ongeschreven regels. Die context laat sporen achter, vaak zonder dat we ons daarvan bewust zijn.
Daardoor kan gedrag een functie krijgen die verder reikt dan het individu. Wat wij zien als weerstand, onrust, vermijding of conflict kan soms een uitdrukking zijn van iets dat elders in het systeem speelt. Een leerling die vastloopt, laat niet zelden iets zien over de spanning tussen wat het onderwijs vraagt en wat een kind nodig heeft. Een team waarin mensen afhaken vertelt soms een verhaal over veiligheid, vertrouwen of gehoord worden. En wanneer een organisatie steeds opnieuw tegen dezelfde vraagstukken aanloopt, is het de moeite waard om te onderzoeken of het gedrag van mensen misschien zichtbaar maakt wat binnen het systeem zelf om aandacht vraagt.
Dat vraagt een andere manier van kijken. Niet een blik die direct op zoek gaat naar oorzaken binnen een persoon, maar een blik die zich afvraagt welke werkelijkheid zich hier probeert te laten zien.
Dat is minder eenvoudig dan het klinkt. Oordelen gaat namelijk snel en de verleiding om hiertoe over te gaan ligt op de loer. Nieuwsgierig blijven kost tijd.
Zodra we denken te weten wat er aan de hand is, stopt vaak ons onderzoek. Dan wordt een leerling al snel ongemotiveerd genoemd, een ouder lastig, een collega niet flexibel genoeg of een team veranderings-moe. Natuurlijk zit er soms een kern van waarheid in zulke observaties. Het probleem ontstaat wanneer de beschrijving de plaats inneemt van de nieuwsgierigheid. Dan wordt een label het einde van een gesprek, terwijl het juist het begin zou moeten zijn.
Wat mij raakte in Theo in Golden is dat Theo voortdurend voorbij die eerste laag lijkt te kijken. Hij neemt mensen niet waar vanuit een diagnose, een oordeel of een verklaring. Hij ontmoet hen vanuit de aanname dat er altijd meer is dan wat zichtbaar wordt aan de oppervlakte. Misschien is dat wel de essentie van echte aandacht: niet dat je direct begrijpt wat je ziet, maar dat je bereid bent om langer te blijven kijken.
Die houding voelt voor mij bijzonder relevant in een tijd waarin onderwijs en jeugdzorg steeds meer onder druk staan. De complexiteit neemt toe, de tijd neemt af en de behoefte aan snelle antwoorden groeit. Juist daardoor ontstaat het risico dat gedrag vooral iets wordt wat beheerst, gecorrigeerd of opgelost moet worden.
Luisteren naar wat zich wil laten zien
Wanneer gedrag echter wordt benaderd als taal, verandert de vraag fundamenteel. Dan gaat het niet langer alleen over hoe we iets kunnen veranderen, maar eerst over wat zich probeert uit te drukken. Gedrag wordt dan geen eindpunt van analyse, maar een ingang naar een dieper gesprek.
Dat betekent niet dat alles verklaard kan worden vanuit systemen. Het betekent ook niet dat verantwoordelijkheid verdwijnt. Het betekent wel dat we erkennen dat gedrag nooit uitsluitend over één persoon gaat. Mensen beïnvloeden systemen en systemen beïnvloeden mensen. Tussen die twee ontstaat een voortdurende wisselwerking die zich vaak juist via gedrag laat zien.
Misschien ligt daar een belangrijke opdracht voor ons als professionals. Niet om sneller te duiden, maar om beter te luisteren. Niet alleen naar wat mensen zeggen, maar ook naar wat zichtbaar wordt in patronen, relaties en interacties. Want juist daar wordt vaak verteld wat nog geen woorden heeft gekregen.
Een andere vraag
Misschien is dat uiteindelijk wat Theo in Golden mij heeft geleerd. Dat aandacht veel meer is dan vriendelijk aanwezig zijn. Het is de bereidheid om je oordeel op te schorten. Om niet direct te grijpen naar een verklaring. Om ruimte te maken voor de mogelijkheid dat gedrag niet alleen iets vertelt over degene die het laat zien, maar ook over het geheel waarvan diegene onderdeel is.
Wanneer we vanuit die gedachte kijken, verandert ook de vraag die we stellen.
Niet: wat is er mis?
Maar: wat probeert hier zichtbaar te worden?
Het is een subtiel verschil. Toch vermoed ik dat juist in die vraag de sleutel ligt tot een dieper begrip van kinderen, ouders, professionals, teams en organisaties. Want systemen spreken voortdurend met ons.
Alleen zelden in woorden.

